ZwemZeker b diploma

Zwemles zwemdiploma B en C

Met het behalen van het zwemdiploma A is de eerste stap gezet naar het zwem zeker worden van je zoon of dochter. Met zwemdiploma B en C worden het uithoudingsvermogen en de techniek van de verschillende zwemslagen verbeterd en de af te leggen zwemafstanden vergroot.

We werken in kleine groepjes (maximaal 10 kinderen), de instructeurs zijn bij de kinderen in het water. Meer informatie over onze werkwijze.

Voor zwemdiploma B en C bieden we zwemlessen aan vakanties en wekelijkse lessen:

Vakanties snelcursus voor zwemdiploma B en C. Je kind krijgt vijf dagen zwemles van 1,5 uur per dag.

2 Maandencursus voor zwemdiploma B en C. Je kind krijgt 6 weken 1x per week 1,5 uur zwemles.

3 Maandencursus voor zwemdiploma B. Je kind krijgt 10 weken 1x per week 1 uur zwemles.

Lesdagen en -tijden

2 maanden B diploma

Exacte startdatums waar nog ruimte is worden in het inschrijfformulier weergegeven nadat je de geboortedatum hebt ingevuld en de keuze voor 2 maanden cursus hebt aangevinkt.

Lesdagen Lestijden Lokatie
Donderdag 15.30 - 17.0 uur Zandlaan
Donderdag 17.30 - 19.30 uur Zandlaan
Vrijdag 17.00-18.30 uur Zandlaan

3 maanden B diploma

Exacte startdatums waar nog ruimte is worden in het inschrijfformulier weergegeven nadat je de geboortedatum hebt ingevuld en de keuze voor 3 maanden cursus hebt aangevinkt.

Lesdagen Lestijden Lokatie
Woensdag 18.00-19.00 Zandlaan
Woensdag 17.45-19.00 Zandlaan
Vrijdag 18.00-19.00 Zandlaan

Meivakantie B diploma

Of er nog ruimte is wordt in het inschrijfformulier weergegeven nadat je de geboortedatum hebt ingevuld en de keuze voor vakantiecursus hebt aangevinkt.

Lesdagen Lestijden Lokatie
Maandag 29 april t/m vrijdag 3 mei 13.00 - 14.30 uur Zandlaan
zaterdag 4 mei afzwemmen Zandlaan

2 maanden C diploma

Exacte startdatums waar nog ruimte is worden in het inschrijfformulier weergegeven nadat je de geboortedatum hebt ingevuld en de keuze voor 2 maanden cursus hebt aangevinkt.

Lesdagen Lestijden Lokatie
Donderdag 17.30 - 19.00 uur Zandlaan

Meivakantie C diploma

Of er nog ruimte is in deze lesgroep wordt in het inschrijfformulier weergegeven nadat je de geboortedatum hebt ingevuld en de keuze voor vakantiecursus hebt aangevinkt.

Lesdagen Lestijden Lokatie
Maandag 29 april t/m vrijdag 3 mei 10.30 - 12.00 uur Zandlaan
zaterdag 4 mei afzwemmen Zandlaan

Diplomagarantie / pakket

Diplomapakket

Om je kind te laten deelnemen aan een zwemcursus, koopt je een diplomapakket.
Het voordeel van dit diplomapakket is dat de kosten voor de zwemles van te voren bekent zijn. Je betaalt éénmalig een bedrag en daar komen geen extra kosten bij tot uw kind het zwemdiploma heeft behaald (uitgaande dat alle ingeplande zwemlessen zijn gevolgd).

Diplomapakket bestaat uit:

  • Diplomagarantie: als een kind niet aan het einde van de cursus kan afzwemmen en wel alle zwemlessen heeft gevolgd (ziekte uitgezonderd), dan zwemt hij/ zij kosteloos verder tot aan het behalen van het zwemdiploma.
  • Feestelijk afzwemmen.
  • Internationaal erkend zwemdiploma B of C.
  • Kado bij het afzwemmen.

Tarieven

Zwemdiploma B en C Diplomapakket
2/3 maandencursus of vakantie snelcursus € 320,00

Alle prijzen zijn onder voorbehoud van fouten en wijzigingen.

Eisen zwemdiploma B

Kledingeisen: shirt met lange mouwen, lange broek en schoenen.

Keuzeslagen: Enkelvoudige rugslag of rugcrawl. Borstcrawl of schoolslag

Gekleed in zwemkleding, shirt met lange mouwen, lange broek en schoenen:

  1. Te water met een halve draai om de lengteas, waarna de zwemmer 15 seconden rechtop gaat watertrappen.
  2. Aansluitend wordt een (erkende) borstslag (voorkeur: schoolslag) over een afstand van 50 meter gezwommen. Ga onder een mat door en zwem aansluitend met een (erkende) rugslag (voorkeur: enkelvoudige rugslag) over eveneens een afstand van 50 meter.
  3. Daarna klimt de zwemmer zelfstandig het water uit, zonder gebruik te maken van een trap.

Gekleed in zwemkleding:

  1. Te water met een kopsprong, waarbij de zwemmer geheel onder water dient te gaan. Vervolgens oriënteert de zwemmer zich onder water door iets te pakken, aan te raken of ergens doorheen te zwemmen. Dit voorwerp dient zich op 6 meter van de kant te bevinden, op een minimale diepte van 1,25 meter. Aansluitend wordt een (erkende) borstslag (voorkeur: schoolslag) over een afstand van 100 meter gezwommen. De zwemmer zwemt door een hoepel op minimaal 1 meter diepte, klimt direct over een mat en laat zich er rugwaarts vanaf vallen. De zwemmer zwemt verder met een (erkende) rugslag (voorkeur: enkelvoudige rugslag) over een afstand van 75 meter. De zwemmer klimt zelfstandig het water uit, zonder gebruik te maken van een trap.
  2. Te water met een startsprong, waarna de zwemmer 3 seconden in horizontale ligging uitdrijft. Aansluitend wordt een (erkende) borstslag – die anders is dan de eerdere (voorkeur: borst- crawl) – over een afstand van 10 meter gezwommen.
  3. Te water met een schredesprong of hurksprong. De zwemmer zwemt terug naar de kant en zet zich vanuit het water tweebenig af tegen de kant. De zwemmer drijft vervolgens met een gestrekt lichaam 3 seconden uit en zwemt daarna een (erkende) rugslag – die anders is dan de eerdere (voorkeur: rugcrawl) – over een afstand van 10 meter.
  4. Op minimaal 3 meter vanaf de kant ligt een boot/mat in het water met daarop enkele zwemmers. Eén zwemmer valt zijwaarts of achterover in het water en vervult de rol van ‘drenkeling’. De andere zwemmers op de boot vervullen de rol van ‘redders’, waarschuwen elkaar en roepen een op de kant staande volwassene aan. De ‘redders’ werpen/reiken vervolgens een zwemnoodle (of ander zacht, drijvend hulpmiddel) naar/aan de ‘drenkeling’ en helpen deze aan boord.
  5. Te water met een hurksprong en zwemmen naar de omgeslagen boot/mat. De zwemmer gaat onder de boot en blijft daar 5 seconden. Vervolgens laat de zwemmer zich onder water zakken en zwemt naar een pylon die 2 meter verder op een diepte tussen de 1,30 en 1,80 meter op de bodem staat.
  6. Te water met een rol en gedurende 1,5 minuten watertrappen, waarbij elke zwemmer zich 20 seconden met een drijfhulpmiddel, (zoals een PET-fles of bal) drijvende mag houden om uit te rusten om daarna weer door te gaan met watertrappen.

Eisen zwemdiploma C

Kledingeisen: sweater met lange mouwen, lange broek, schoenen en een jas.

Keuzeslagen: Enkelvoudige rugslag of borstcrawl. Schoolslag of borstcrawl.

Gekleed in zwemkleding, sweater met lange mouwen, lange broek, schoenen en een jas:

  1. Te water met een val achterwaarts, waarna de zwemmer 15 seconden rechtop gaat watertrappen. Er wordt een bal in het water gegooid op een afstand van ongeveer 2 meter. De zwemmer zwemt naar de bal en werpt deze naar de dichtstbijzijnde persoon op de kant.
  2. Aansluitend wordt een (erkende) borstslag (voorkeur: schoolslag) over een afstand van 100 meter gezwommen: rond de 50 meter trekt de zwemmer de jas al zwemmend uit. Vervolgens zwemt de zwemmer onder een mat door, klimt op een volgende mat, verlaat deze met een rol voorwaarts en zwem aansluitend een (erkende) rugslag (voorkeur: enkelvoudige rugslag) over een afstand van 75 meter, waarbij de laatste 50 meter een bal meegenomen dient te worden (voorkeur: kopgreep).
  3. Bij de kant aangekomen, wordt de bal aan een op de kant staande persoon afgegeven en klimt de zwemmer op de kant zonder gebruik te maken van een trap.
  4. Te water met een kopsprong, waarbij de zwemmer geheel onder water dient te gaan. Vervolgens oriënteert de zwemmer zich onder water door iets te pakken, aan te raken of ergens doorheen te zwemmen. Dit voorwerp bevindt zich op 8 meter van de kant, op een minimale diepte van 1,25 meter. Aansluitend vervoert de zwemmer, door middel van een zwemnoodle of rescue tube, een medezwemmer als ‘drenkeling’ over een afstand van 15 meter naar de kant. De afstand tussen de drenkeling en de redder ruim genoeg zijn, zodat ze elkaar niet vast kunnen pakken.
  5. De zwemmer laat zich van een boot kiepen (achterwaartse rol), zwemt naar de kant en klimt vervolgens via een mat op de kant. De zwemmer pakt een werpzak en gooit deze naar een drenkeling en trek deze naar de kant.
  6. De zwemmer gaat door een band, hoepel of zeil met gat te water. Omdat ‘oevers af kunnen brokkelen’ klimt de zwemmer via een mat door middel van een rollende techniek weer uit het water.
  7. De zwemmer springt door een grote band, zwemt onder water naar een mat of een platliggend zeil met gat en klimt daarop. Omdat ‘oevers af kunnen brokkelen’ gaat de zwemmer over de mat/zeil met gat op de buik naar de kant toe om vervolgens op de kant te klimmen.

Gekleed in zwemkleding:

  1. Zwem op tempo in een erkende zwemslag een afstand van 25 meter.
  2. Te water met een schredesprong of hurksprong en terugzwemmen naar de kant. Zwem vervolgens 50 meter in erkende rugslagen (enkelvoudige rugslag, rugcrawl) en 50 meter in erkende borstslagen (schoolslag, borstcrawl), waarvan minimaal 15 meter borstcrawl.
  3. Met een rechtstandige sprong te water en vervolgens over een afstand van 2 meter op de rug wrikken in de richting van het hoofd, daarna 2 meter in de richting van de voeten. Vervolgens 30 seconden gelijkzijdig watertrappen, 30 seconden ongelijkzijdig watertrappen,
    klimt de zwemmer uit het water naar eigen keuze.

Bonus (optioneel) ‘Fiets te water’: Met een speciaal geprepareerde fiets rijdt de zwemmer over een mat het water in en weet zichzelf te redden.

Google waardering: 4,8

Google reviews van Zwemschool ZwemZeker

Copyright 2013-2024 - Zwemschool ZwemZeker | Realisatie: Krabo Websites & Hosting | Contact | Sitemap | Privacy verklaring | Algemene Voorwaarden